De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de fiscale behandeling van compensatie van schade door aardbevingen beantwoord. Zolang niet vaststaat dat er recht op schadevergoeding is, zijn er geen gevolgen voor de belastingheffing. Een recht op schadevergoeding dat op 1 januari vaststaat, is onderdeel van de rendementsgrondslag van box 3. Of over het recht op schadevergoeding belasting moet worden betaald, is afhankelijk van de omstandigheden. Er geldt een vrijstelling in box 3 van € 30.000 per persoon. Fiscale partners hebben samen een vrijstelling van € 60.000. Indien het totale vermogen in box 3 onder dit bedrag blijft, is er geen belasting verschuldigd.

De kans, dat er belasting moet worden betaald voordat de schadevergoeding is uitgekeerd, acht de staatssecretaris klein. Binnen twee weken na een besluit over schadevergoeding wordt het verschuldigde bedrag overgemaakt indien is gekozen voor een geldbedrag ter compensatie. Zoals de staatssecretaris eerder in reactie op Kamervragen heeft gezegd is hij niet van plan om een specifiek fiscaal beleidsbesluit te nemen voor vergoedingen van aardbevingsschade. Wel zal met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat worden verkend hoe de onzekerheden voor de betrokkenen kunnen worden weggenomen.

Ministerie van Financiën publicatie 2018-0000097557, 2018Z08362

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

Neemt u dan contact met ons op

088 - 42 42 500 info@hrtbusiness.nl